Content | Menu | Taal/Language | Banners

U maakt gebruik van een browser die de gebruikte web-standaarden niet of onvolledig ondersteunt.
Hierdoor kunnen afwijkingen in de lay-out ontstaan.

Afhankelijk van uw platform is deze site het beste te bekijken met een recente versie van Microsoft Internet Explorer (5 of hoger), Netscape (6 of hoger), Mozilla (1 of hoger) en Opera (6 of hoger).

 RSS

Resultaten Didactiek

Conclusies en aanbevelingen Multimedia

Een vergelijking van beschikbare multimedia-ontwikkeltools leverde de volgende conclusies en aanbevelingen op:

  1. De interesse in en behoefte aan multimediaal onderwijsmateriaal is omvangrijk, maar de daadwerkelijke inzet van ‘rich media’ blijft bescheiden. Docenten oriënteren zich op de mogelijkheden maar schrikken terug voor de consequenties; studenten koesteren ambities maar vinden daar weinig gehoor voor. De bij de meeste eMergepartners aanwezige elektronische interactieomgeving BlackBoard / Hive blijkt te beperkt (geen offline modus, weinig interactie, tekstgeoriënteerd). Aanvullende voorzieningen (infrastructuur, ondersteuning, software etc.) blijken doorgaans slechts moeizaam mobiliseerbaar, als gevolg waarvan dit type innovatie alleen bij hooggemotiveerde, ICT-bekwame docenten, en daarmee bij enkelingen aan te treffen is. Het hoger onderwijs heeft echter dringend behoefte aan brede toepassing van multimedia, teneinde toekomstige generaties studenten adequaat te kunnen bedienen.
  2. De belangrijkste verklarende factor voor beperkte toepassing is niet technisch maar organisatorisch van aard. In de huidige onderwijssituatie wordt de belasting voor de docent steeds hoger (naast contacturen veel aanvullende taken/verplichtingen). Gegeven die situatie, hebben we vastgesteld, is het moeilijk om onderwijsgevenden bereid te vinden om de vertaalslag van tekstueel naar multimediaal onderwijsmateriaal te maken. Vaak beheersen ze BlackBoard nog maar matig, laat staan dat ze animo hebben om de risicovolle weg te gaan van het zelfstandig uitproberen van nieuwe software. Ook bij ‘begeleid experimenteren’ waartoe TI8 de gelegenheid bood, blijken de hoeveelheid noodzakelijke ad hoc-regelingen met interne diensten en de vereiste tijdsinvestering hinderpalen voor betrokkenheid. Deze werkdruk heeft ook de samenstelling en werkwijze van het TI8-team beïnvloed. Twee leden bleken in de praktijk te veel, directe verplichtingen te hebben om blijvend in het onderzoek te participeren.
  3. Niettegenstaande de bescheiden toepassingspraktijk, is er een rijkgeschakeerd aanbod van programmatuur die claimt (ook) voor het onderwijs multimediale productie te ondersteunen. Het TI8-projectteam heeft zowel gekeken naar aanwezige Multimedia Authoring Tools (MATs) als Multimedia Authoring Models (MAMs). De MATs bieden een voorgestructureerde multimediaoplossing, terwijl MAMs eerder een open ontwikkelomgeving zijn waarbinnen een docent eigen toepassingen creëert. Zeker voor veel MATs, maar ook voor diverse MAMs geldt, dat ze niet veelzijdig genoeg zijn om structureel ingezet te worden binnen het hoger onderwijs. Van de MATs mag worden verwacht dat ze in veel (verschillende) onderwijssituaties inzetbaar zullen zijn – wat niet het geval blijkt. De MAMs behoren binnen het pakket die veelzijdigheid te bieden, maar hebben bijna alle minder ontwikkelde, en toch voor het onderwijs belangrijke, functionaliteiten.
  4. Door het TI8-team zijn drie evaluatie- en analyseslagen gemaakt op in totaal 45 softwarepakketten, 40 MATs en 5 MAMs. In een eerste ronde zijn op basis van criteria als laagdrempeligheid, aanpasbaarheid, compatibiliteit met BlackBoard en offline functionaliteit 12 programma’s geselecteerd die aan een nader onderzoek en testtoepassing zijn onderworpen. Deze analyseronde heeft geleid tot de uiteindelijke voorkeur voor vier pakketten, drie MATs (EasyGenerator, Tactic!, en het softwaresimulatiepakket Macromedia Captivate) en een MAM (StreamEdit, de toepassingen DIVIDU en Snapshot Extractor). Hiermee is getracht praktijkervaring op te doen via bereid gevonden modale, dus niet technisch onderlegde docenten. Het onderwerpen aan een uitgebreide functionaliteittest van de vier meest geëigende softwarepakketten biedt een goed zicht op de nu beschikbare programmatuur voor multimediatoepassingen; een groot gedeelte van het TI8-rapport is hieraan gewijd. De pogingen tot beproeving in voorbeeld-lespraktijken zijn grotendeels niet geslaagd, om bovenomschreven redenen. Een case (thema Watermanagement, TUDelft, Civiele Techniek) is volledig uitgewerkt en kan dienen als modeltoepassing, zowel de mogelijkheden, meerwaarde als de beperkingen van een MAT illustrerend.
  5. Op basis van de in TI8-pilot opgedane ervaring blijkt dat er in eerste instantie behoefte is aan een relatief eenvoudige, snel en zelfstandig in te zetten MAT als EasyGenerator. Dit pakket functioneert als het ware als tussenschakel tussen BlackBoard en een volwaardige authoring tool. Met Easygenerator komt direct toegenomen functionaliteit op het gebied van visualisering en interactie binnen bereik, en de leercurve voor multimediale expressie wordt ermee gestart. Wel zal de behoefte groeien aan een MAT met hogere functionaliteit, mits die inzet goed wordt ondersteund, zowel strategisch, onderwijskundig als technisch. Uiteindelijk zullen voor integrale toepassingen specifiek voor bepaalde onderwijs- en onderzoeksomgevingen ingerichte MAMs als StreamEdit goede diensten bewijzen.
  6. De ambitie om van geselecteerde en getoetste software voor het hoger onderwijs aangepaste ‘templates’, toepassingsmodellen te maken, is niet doorgezet. Enerzijds omdat er bij de praktijktesten te veel aangeworven docenten gedurende het experimenteren afhaakten, en daarmee te weinig zicht kwam op de kennelijk belangrijkste functionaliteiten. Tegelijkertijd werd duidelijk dat onderwijs vrijwel altijd maatwerk is, en er niet louter met een standaardoplossing gewerkt kan worden. Met andere woorden, er is niet zozeer een wens tot technische standaardisering, eerder behoefte aan programma’s die overzichtelijk zijn en met kleine aanpassingen door een ondersteunend team geschikt worden gemaakt voor inzet in specifieke onderwijssituaties.
  7. Hoewel maar een beperkt deel van de door TI8 geanalyseerde educatieve software goed inzetbaar blijkt in een veelheid van onderwijssituaties, is er alle reden om de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen. Veel van de betere programma’s waren relatief nieuw, sommige nog slechts in betaversie verkrijgbaar, en een aantal leveranciers steekt veel energie in doorontwikkeling van hun product. Met een bredere inzet groeit ook het ervaringsinzicht, de basis voor toekomstige verbeterslagen. Vanuit eMerge zal deze ontwikkeling nauwgezet moeten worden gevolgd.

Lees de volledige Conclusies en aanbevelingen van het onderzoek Multimedia Authoring Tools - TI 8

 

 

naar vorige pagina naar Didactiek

Banners