Resultaten Flankerend Onderzoek
Aanbevelingen uit E-merge inzichten en vergezichten
Aanbeveling 1: Creëer een overzicht van veelgebruikte games en simulaties en selecteer goede voorbeelden
Creëer een (internationaal) overzicht van veelgebruikte games en simulaties in het secundaire en hoger onderwijs en selecteer daar eigen goede voorbeelden uit. Doe dit ook voor games en simulaties uit het werkveld. Ontwikkel ook zelf spellen in samenwerking met het bedrijfsleven. Laat studenten hierin een rol spelen zodat de ideeënvorming tot stand komt op gebruikersniveau. Dergelijke iteratieve ontwikkelstrategieën worden ook gebruikt in spellen zoals World of Warcraft. Ze werken! Laat de programmering plaatsvinden in Oost-Europa of het Midden Oosten, dat maakt de ontwikkeling van goedkope en goede spellen mogelijk.
Aanbeveling 2: Creëer in publiek-private samenwerking nieuwe opleidingen voor leraren die voorbereid worden op nieuwe vormen van leren en begeleiden van leren.
Creëer in publiek-private samenwerking nieuwe opleidingen voor leraren die voorbereid worden op geheel nieuwe concepten van leren en begeleiden van leren. Richt een nieuw lectoraat in dat zich specifiek richt op het onderwijs voor de nieuwe generatie studenten.
Nieuwe docenten voor nieuw onderwijs
Docenten blijven een belangrijke rol spelen in leerprocessen. Deze docenten worden momenteel echter nog niet opgeleid voor toekomstige rollen als tele-tutoring, moderators, experts in virtuele omgevingen. De nieuwe rollen die de docent moet aannemen zijn vaak complex en arbeidsintensief. Zo heeft een docent een sociale rol, onderwijzende rol en organiserende rol, wordt hij ingezet als assessor en als coach. Vragen als: Wat mag je verwachten van een docent en wat moet je als organisatie bieden? Wat investeren we als individu in ‘levenslang leren’?”zijn hierbij relevant.
Aanbeveling 3: verbetering intergrale personeelsbeleid
Zorg voor een verbetering van het integrale personeelsbeleid. Zo maken al een aantal scholen gebruik van het ‘Investors in People’, een erkenning, ofwel keurmerk voor integraal personeelsbeleid.
Aanbeveling 4: Een nieuwe gezamenlijke masteropleiding voor e-learning
Er is voor de ontwikkeling van nieuwe onderwijsvormen nog weinig expertise op de arbeidsmarkt. Studenten die zich willen specialiseren in kennis van innovatieve leeromgevingen zouden de mogelijkheid moeten hebben dit op masterniveau te kunnen doen.
Binnen E-merge zou een bachelorprogramma kunnen worden ontwikkeld, dat zich richt op de ontwikkeling en inhoudelijke ondersteuning van on-line interactieve leeromgevingen. Deze bachelor kan mensen afleveren die werknemers in primair, secundair, hoger onderwijs en bedrijfsleven ondersteunen hun opleidingen binnen de organisatie te transformeren. Aansluiting met het bedrijfsleven is daarbij noodzakelijk. In grote organisaties wordt het belang van goed functionerende informatiestromen en manieren om personeel van elkaar te laten leren onderkend. De inzichten van zelfstudent netwerken kunnen als basis dienen van het ontwerp van het korte bachelorprogramma.
Aanbeveling 5: gebruik de input van studenten voor beleidsplannen
Gebruik de input van studenten voor beleidsplannen. Onderzoek op het gebied van leren en onderwijs voor een netwerksamenleving en een kenniseconomie staat nog in de kinderschoenen. Een goede samenwerking tussen de wetenschap en de praktijk is daarbij onontbeerlijk.
Aanbeveling 6: succesvol leren is actief, sociaal en studentgecentreerd
Succesvol leren moet actief, sociaal en studentgecentreerd zijn. Met de juiste inzet van ICT kan dit mogelijk worden gemaakt. Het begrijpen van studenten is hier echter een voorwaarde.
De wijze waarop Rubens en Oost (2005) de knelpunten van de implementatie van portfolio’s
hebben geïnventariseerd is zeer bruikbaar voor het –relatief snel- creëren van overzicht binnen hoger onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld over de huidige situatie rond competentiegericht leren of de inzet van simulaties en gaming. Men heeft een inventarisatielijst rondgestuurd met knelpunten, waarbij men kon aangeven of men het knelpunt ‘volledig’, ‘deels’ of ‘niet’ herkent. Vervolgens is geprobeerd de knelpunten te wegen, door een gewicht toe te kennen aan het type probleem. Zij onderscheiden daarbij inhoudelijke, professionele en praktische problemen. Deze manier van inventariseren, hetzij knelpunten, sterkten of verwachtingen, geven relatief snel en gemakkelijk een beeld van de huidige stand van zaken en geeft daarmee input voor de te kiezen marsroute.

Home
Nieuws
Archief E-merge projecten tot 2009