Content | Menu | Taal/Language | Banners

U maakt gebruik van een browser die de gebruikte web-standaarden niet of onvolledig ondersteunt.
Hierdoor kunnen afwijkingen in de lay-out ontstaan.

Afhankelijk van uw platform is deze site het beste te bekijken met een recente versie van Microsoft Internet Explorer (5 of hoger), Netscape (6 of hoger), Mozilla (1 of hoger) en Opera (6 of hoger).

 RSS

Leeswijzer E-merge inzichten vergezichten (OP 6.1)

Conclusies voor hoger onderwijs (Hoofdstuk 7 samengevat)

Leertheorieën zijn gebaseerd op visies op wat leren is en wat kennis is en vooral hoe kennis in individuen of groepen tot stand komt en zich ontwikkelt al dan niet door doelbewuste interventies van buiten af.

  1. Leren is het proces van betekenisgeving aan informatie en ervaringen.
    De keuze voor deze definitie houdt in dat we leren vooral zien als het opbouwen van betekenisvolle kennisgehelen en als actief proces. Daarmee leggen we de focus op cognitieve vaardigheden van hoog niveau en minder op het niveau van memoriseren. Memoriseren is ook een vorm van leren, maar we vinden deze van ondergeschikt belang omdat het niet bijdraagt aan begripvorming en inzicht. Leren als het proces van betekenisgeving geeft iemand antwoord op de vraag: ‘wat is de toegevoegde waarde in termen van begrip, inzicht en verklaring van kennisstructuren die ik al had?’ en ‘welk handelingsperspectief biedt deze toegevoegde waarde mij?’.
  2. Kennis is het proces van communiceren over betekenis van informatie en ervaringen.
    Leren doen mensen niet los van hun omgeving en hun medemensen. Leren vindt altijd plaats in een bepaalde socio-culturele en technische context. Leren leidt tot kennis niet als product maar als proces in deze context. Kennis is altijd in ontwikkeling, is ook nooit in evenwicht. Men weet meestal dingen maar een beetje zeker, vooral het zoeken naar het waarheidsgehalte van kennis kenmerkt zich door een zoektocht die nooit eindigt. Zeker als het gaat over de wetenschappelijke kennis in een bepaald vakdomein. Anders geformuleerd is kennis dan het proces van onderhandelen over referenties.
  3. De nieuwe student is gewend om multimediaal te communiceren en interacteren.
    Als leren een activiteit is die is gericht op betekenisgeving en kennis is het proces van communicatie over deze betekenisgeving, dan is het belangrijk te constateren dat de nieuwe generatie studenten in staat blijkt om met en via ICT veel communicatietools te gebruiken en daarmee leerprocessen te verrijken. De instelling van jongeren om met anderen zeer intensief en frequent te communiceren ondersteunt leerprocessen doordat zij gewend zijn te discussiëren en te onderhandelen over meningen, opvattingen en ervaringen. Daarbij communiceren zij niet alleen met elkaar maar via tools en agents ook met technische infrastructuren en netwerken. Hun manier van kennisverwerving reikt geografisch en sociaal verder dan de traditionele onderwijssetting waarin de communicatie voornamelijk verliep tussen docent en student van een onderwijsinstelling.
  4. De toegevoegde waarde van ICT in het onderwijs schuilt in het bewerkstelligen en stimuleren van communicatie en interactie in de nieuwe leerpraktijk.
    De grootste waarde van ICT voor onderwijs ligt in de mogelijkheden om communicatie te bevorderen en daarmee te functioneren in netwerken van mensen en technische netwerken. Virtuele menselijke netwerken verrijken de input van informatie en uitwisseling van informatie, technische netwerken bieden via intelligente tools in principe dezelfde functie.

Met bovenstaande uitgangspunten hebben we de volgende conclusies kunnen formuleren.

  • Meer vraagsturing in het onderwijs
    Het huidige hoger onderwijs is in veel gevallen nog aanbod-gestuurd. Centraal staat de vakinhoud en het curriculum, die leiden tot gestandaardiseerde diploma’s met civiel effect. Leren wordt opgevat als een individueel proces dat ook individueel wordt getoetst. Deze aanbodgestuurde organisatie maakt het moeilijk de student (= klant) en het werkveld (= indirecte klant, m.a.w. afnemer van studentaanbod) flexibel te bedienen. De sociale - en leervaardigheden van de net-generatie kunnen daarbij het uitgangspunt voor het ontwerpen van nieuw onderwijs vormen. Vraaggestuurd onderwijs in deze context verwijst niet naar de vraag die de student formuleert aan de hand van verplichte content binnen een vooropgezette opdracht. Vraaggestuurd betekent niet het kunnen kiezen van een vak of module waarin de competenties die men gaat bereiken reeds vastomlijnd zijn. Vraaggestuurd refereert hier naar de leervraag die de student zichzelf stelt, op eigen initiatief of opgeroepen door ervaringen met het werkveld, met andere woorden naar een flexibel leerpad.

    De competenties en kennis die benodigd zijn om de leervraag te beantwoorden, kan zowel binnen als buiten de schoolcontext plaatsvinden. Competenties volgen de leervraag (als resultaat) of zijn noodzakelijk om de leervraag te voltooien, maar zijn niet van te voren vastgelegd en gekoppeld aan een module of vak. Een leervraag is dus niet direct gekoppeld aan een module. Dit kan wel, maar het kan ook zo zijn dat de leervraag diverse modules, stages en eigen onderzoek vereist voordat deze naar tevredenheid is ingevuld. De uiteindelijke consequentie van vraaggestuurd onderwijs is dat een gestandaardiseerd curriculum verdwijnt en daarvoor individuele leerpaden in de plaats komen. Diploma’s veranderen daarmee ook in getuigschriften die wel een vakgebied en niveau aangeven in generieke termen, maar veel minder gerelateerd zijn aan specifieke inhouden. Dat vereist een andere organisatie van het onderwijs, maar hoeft niet te leiden tot hoge kosten

    Rol onderwijsorganisaties
    Het onderwijs biedt in deze visie resources (tijd, middelen en begeleiding) waarmee de student de leervraag kan vervullen. De student koopt deze resources in en gaat daarmee een inspanningsverplichting aan. Ondersteuning vanuit het onderwijs richt zich vanuit deze visie vooral op de wijze waarop deze student de leervraag uitvoert en beoordeelt het eindresultaat, door tussentijdse coaching aan te bieden en concrete richtlijnen te formuleren waar een eindopdracht aan moet voldoen.
  • Meer Gaming in het hoger onderwijs
    De principes waarop games en simulaties zijn ontwikkeld bieden een rijke bron voor het ontwerpen van nieuwe onderwijsvormen. Deze principes zijn een aanvulling op de huidige onderwijsvormen en -tools. Onderzoek rond studentnetwerken sluit op veel punten aan op de huidige visie op competentiegericht, vraaggestuurd onderwijs en kan hier een duidelijke bijdrage leveren. Echter, wanneer men de aansluiting zoekt bij huidige onderwijsvormen en student netwerken als het ware assimileert, zal de kracht van dit concept afnemen. De sociale ecologie zoals beschreven in voorgaande hoofdstukken, is gebaseerd op vrijwillige (niet vrijblijvende) deelname, erkenning van de bijdrage en wederkerigheid in profijt (en soms ook afhankelijkheid van) de kwaliteit van informatie in het netwerk. De uitdaging ten aanzien van de analogie tussen gedrag van studenten in games en van studenten in het hoger onderwijs ligt in het creëren van een sociale ecologie die de kwaliteit van het onderwijs voortstuwt.

    Zoals eerder aangegeven,is het zowel voor onderwijsinstellingen als bedrijfsleven welhaast onmogelijk om te voorspellen welke specifieke competenties benodigd zijn in de toekomst. Op een generiek niveau is dit wel mogelijk. Resultaten uit het Tuningproject tonen bovendien aan dat het hoger onderwijs te weinig aandacht richt op interdisciplinaire, internationale samenwerking. Lerende netwerken, in samenwerking met het bedrijfsleven, worden nog weinig benut.
naar vorige pagina naar overzicht Leeswijzer

Banners